Craniospinale bestraling (schedel en wervelzuil)


Sommige zeldzame tumoren neigen tot verspreiding van de losse tumorcellen door het centraal zenuwstelsel. Dan is het noodzakelijk om niet alleen de plaats van de tumor te bestralen maar ook het gehele centrale zenuwstelsel, zogenaamde craniospinale radiotherapie. Bestraling van de gehele craniospinale as is alleen geïndiceerd bij positieve liquorcytologie en positieve MRI-bevindingen.

Om het gehele cerebrum en myelum te bestralen dient de patiënt in buiklig op de SBRT-plaat plaats te nemen en wordt verder gefixeerd door middel van 2 maskers: een 5 puntsmasker voor hoofd, hals en schouders en een bodymasker voor thorax en pelvis. Dit gebeurt om een goede fixatie van het hoofd te waarborgen en om de aansluiting tussen het schedelveld en myelumveld op aan te kunnen geven. Verder dient deze opstelling om de patiënt met zijn craniospinale as gelijk met de lengterichting van de bestralingstafel te positioneren.

Klassiek bestaat deze bestraling uit 3 verschillende isocentra, waarvan de isocentra van het myelum relatief verbonden zijn met het schedelveld dit teneinde om een opening tussen beide isocentra te voorkomen (= onderdossage) of overlapping (= overdossage van het myelum te voorkomen). Er zal op de huid een gap ontstaan, opdat op myelumniveau geen overlap optreedt.

Teneinde tijdens de behandeling het aansluitgebied niet constant op dezelfde plaats te laten vallen wordt er met slipzones gewerkt. Het gevaar van over- of onderdosering wordt op deze manier gespreid.